In de dagelijkse praktijk kunnen zich vaak complexe situaties voordoen bij arbeidstherapeutisch werk. Initiatieven met betrekking tot andere taken en aanvullende werkzaamheden, pakken regelmatig verkeerd uit met als gevolg mogelijke loonsancties en/of nieuwe afspraken over de te verrichten arbeid. Ik wil graag uw aandacht vestigen op de informatieve werkwijzer "Arbeidstherapie" van STECR.
Het is essentieel om te benadrukken dat arbeidstherapie niet gelijkstaat aan werkhervatting. Bij werkhervatting is het duidelijk dat iemand belastbaar is voor het aangeboden werk. In het geval van arbeidstherapie is de arbeid juist bedoeld om te beoordelen óf iemand belastbaar is voor (een deel van) de arbeid. Dit komt alleen aan de orde als de belastbaarheid niet duidelijk in kaart kan worden gebracht door de bedrijfsarts.
Arbeidstherapie is niet hetzelfde als werkhervatting, waarbij duidelijk is dat iemand belastbaar is voor het werk dat wordt aangeboden. In geval van arbeidstherapie is de arbeid juist bedoeld om na te gaan óf iemand belastbaar is voor (een deel van) de arbeid. Dit is alleen aan de orde als de belastbaarheid niet duidelijk in kaart kan worden gebracht door de bedrijfsarts. Het is dan ook een advies van de bedrijfsarts of de arbeidsdeskundige om arbeidstherapie in te zetten.
Het is belangrijk op te merken dat arbeidstherapie doorgaans van korte duur is. Volgens de STERC-werkwijzer mag 'Arbeidstherapie' maximaal vier weken duren, maar soms kunnen slechts enkele dagen voldoende zijn om de belastbaarheid in kaart te brengen. Gedurende deze periode wordt geen loonwaarde aan arbeid gekoppeld.
Arbeidstherapie maakt altijd deel uit van een reeds vastgesteld terugkeerplan. Hierin worden details zoals wat, waar, wie en wanneer vastgelegd, samen met een vooraf bepaald resultaat (wanneer wordt de therapie als succesvol beschouwd?). Ook worden de vervolgstappen bij wel of geen succes vastgelegd. Bij twijfel over de inrichting van arbeidstherapie adviseert de STERC-werkwijze het inschakelen van een arbeidsdeskundige en mogelijk het verkrijgen van een deskundigenoordeel van het UWV.
Het UWV benoemt deze werkwijzer in haar beleidsregel “RIV toets in de praktijk”. Deze beleidsregel is opgesteld voor de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen van het UWV ten behoeve van de toetsing van de inspanningen van werkgevers en werknemers tijdens de re-integratie. Wanneer deze beleidsregel correct wordt opgevolgd zal het UWV, zo blijkt uit de praktijk, in elk geval op dit punt geen loonsanctie opleggen.
Wilt u meer informatie over arbeidstherapie of heeft u specifieke vragen over re-integratie? Neem gerust contact met ons op.