
Het doel van een tweede spoortraject is om zieke (ex)werknemers te begeleiden naar ander passend werk buiten de eigen organisatie als volledige terugkeer naar hun eigen baan (nog) niet mogelijk is. Sommige cliënten zijn bij aanvang blij met het tweede spoortraject dat hen wordt aangeboden. Bijvoorbeeld omdat zij zelf al tot de conclusie waren gekomen dat terugkeer in eigen werk geen optie meer is. De sollicitatietraining en stimulans om actief te gaan solliciteren, ervaren zij als een steuntje in de rug.
Als tweede spoorcoach stuiten we regelmatig op vragen en bezwaren vanuit onze cliënten op de sollicitatieplicht. Een deel van hen is actief aan het re-integreren in eigen werk. Als zowel werknemer als werkgever de intentie hebben om de werknemer te laten terugkeren in eigen werk, lijkt het onlogisch om bij andere werkgevers te gaan solliciteren.
Anderen geven aan dat zij niet in staat zijn om te werken, dus “wat heeft dit traject voor zin?” en “Hoe moet ik solliciteren als ik nog ziek ben?” En inderdaad lijkt het onlogisch om te solliciteren als je bijvoorbeeld een urenbeperking hebt voor 10 uur per week en nog nauwelijks in staat bent om zes uurtjes te werken.
En dan zijn er de casussen van mensen die op een werkervaringsplek aan het re-integreren zijn, nog niet hun oorspronkelijke aantal uren aan het werk zijn maar al wel aan het opbouwen zijn. Is het dan nog wel nodig om te solliciteren?
Toch geldt ook in deze gevallen meestal de sollicitatieplicht.
Wet Verbetering Poortwachter (WVP)
In de WVP staat niet letterlijk omschreven dat werknemers verplicht zijn om te solliciteren tijdens het tweede spoortraject. Wel staat de verplichting omschreven van zowel werkgevers als werknemers om zich actief in te zetten voor de re-integratie van de zieke werknemer. Dat wil zeggen dat beiden zich moeten inspannen om passend ander werk te vinden als terugkeer naar eigen werk niet mogelijk is. Het actief zoeken naar en solliciteren op vacatures is dan logischerwijs onderdeel van het traject, al wordt het niet expliciet in de WVP genoemd als verplichting. De WVP legt vooral de nadruk op de inspanningsplicht om de zieke werknemer zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen, hetzij in eigen functie, hetzij in ander passend werk.
Toch wordt hier wel door het UWV, het uitvoerende orgaan van de WVP, op beoordeeld. Niet voor niets vrezen werkgevers een loonsanctie wanneer er niet of te weinig sollicitatieactiviteiten zijn uitgevoerd tijdens het tweede spoortraject.
Wanneer niet solliciteren?
Solliciteren hoeft niet als de werknemer medisch gezien niet in staat is om te werken, bijvoorbeeld omdat de bedrijfsarts heeft aangegeven dat er geen benutbare mogelijkheden zijn. Dat wil zeggen dat er geen passend werk beschikbaar is binnen de eigen organisatie van de werkgever en ook niet bij een andere werkgever.
Artikel 7:658a lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek stelt dat er sprake is van "geen benutbare mogelijkheden" wanneer:
- Het eigen werk van de werknemer niet meer kan worden verricht.
- Er binnen de organisatie van de werkgever geen ander passend werk voorhanden is.
- Er ook geen passend werk voorhanden is bij andere werkgevers, wat redelijkerwijs nog door de werknemer kan worden verricht.
Over het algemeen zal een bedrijfsarts alleen aangeven dat er geen benutbare mogelijkheden zijn als een zieke werknemer bedlegerig is, geïnstitutionaliseerd is of terminaal is.
Wanneer wel solliciteren?
Wel solliciteren geldt in alle gevallen waarin de bedrijfsarts aangeeft dat er benutbare mogelijkheden zijn, dat wil zeggen: wanneer deze aangeeft dat de werknemer medisch gezien daadwerkelijk in staat is om te werken.
Terug naar de zieke medewerkers die weerstand voelen tegen de sollicitatieplicht.
“Ik verwacht binnenkort weer volledig aan het werk te zijn.” Zolang er geen herstelmelding is, blijft de verwachting om te solliciteren staan. Het komt voor dat vlak voor de herstelmelding – of binnen een maand na herstelmelding – een terugval of aanvullende uitvalreden optreedt waardoor terugkeer in eigen werk toch onder druk komt te staan.
"Ik ben ziek, ik ben niet in staat om te werken, welke werkgever zou mij nou aannemen?” Zelfs als er nauwelijks benutbare mogelijkheden zijn, heeft het zin om sollicitatieactiviteiten te ondernemen. Wij bieden in onze trajecten een sollicitatietraining aan de hand van echte sollicitaties op basis van actuele vacatures. De vaardigheden die de zieke werknemer hierbij opdoet, kunnen later als er weer meer mogelijkheden zijn, van pas komen. Los daarvan: er zijn gelukkig werkgevers die bereid zijn om zieke werknemers een kans te bieden, zelfs voor een paar uur per week.
"Ik zit in een werkervaringsplek, doe ik daarmee niet genoeg?” Als dit een passende werkplek met uitzicht op een dienstverband, bevinden we ons in een grijs gebied. Uitgangspunt is of het een duurzame plaatsing is, ofwel uitzicht op een dienstverband tegen vergelijkbare loonwaarde en met benutting van belastbaarheid. Dan is er sprake van het maximaal te behalen re-integratie resultaat, aldus onze bedrijfsjurist. Werkt de zieke medewerker op de werkervaringsplek het maximaal aangegeven uren aldus de urenbeperking die de bedrijfsarts heeft opgelegd, dan kan besloten worden om gedurende de werkervaringsplek geen verdere sollicitatieactiviteiten te ondernemen zodat de werknemer zijn of haar energie kan richten op het succesvol volbrengen van de WEP en een eventuele indiensttreding bij inlener.
Conclusie
Ondanks dat de WVP er niet duidelijk over is, zijn er vrijwel geen geldige redenen om de sollicitatieplicht op te schorten binnen de kaders van een adequaat tweede spoortraject. Zelfs bij marginaal belastbare mogelijkheden of een bijna geslaagde re-integratie in eigen werk, is het devies om door te gaan met de sollicitatieactiviteiten. Niet in het minst omdat de vaardigheden die hiermee worden opgedaan de toekomstige kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Een uitzondering is de werkervaringsplek die een duurzaam toekomstperspectief biedt, passend bij de mogelijkheden van de werknemer en waarbij het maximale re-integratie resultaat bereikt wordt.
Topics: