Werkgevers die investeren in een noodzakelijke opleiding voor hun werknemers, nemen vaak in een cao of studieovereenkomst een zogeheten studiekostenbeding op. Dat is een beding waarin wordt vastgelegd dat een werknemer na het afronden van de opleiding nog voor minimaal een bepaalde tijd in dienst blijft bij de werkgever die het beding vaststelt. Echter, in augustus 2022 zal dat belet worden door nieuwe Europese regels.
Al sinds 2015 rust er een verplichting op werkgevers om de kosten te dekken die een werknemer maakt om een opleiding te volgen. Ook onderdeel van deze verplichting is het aanbieden van om- of bijscholing als een functie vervalt of als de werknemer niet in staat is om te functie te bekleden. Heel duidelijk is dit echter niet, want waar ligt de grens tussen ‘noodzakelijk’ en ‘niet noodzakelijk’? In de afgelopen jaren is er weinig discussie over geweest: precies 12 zaken zijn behandeld door de rechtbank, waarvan geen het heeft gehaald tot de Hoge Raad. Dat betekent dat de scholingsplicht weinig effect heeft gehad. De richtlijn zal hierin wellicht verandering kunnen brengen.
Als deze EU-richtlijn van toepassing wordt, mag er dus geen beding meer worden vastgelegd. Maar omdat werkgevers nog niet weten hoe de wet er precies uit komt te zien, zal er hoogstwaarschijnlijk een overgangsperiode worden vastgesteld, gezien het feit dat het onredelijk is als een werkgever zich na augustus 2022 niet meer kan beroepen op een beding dat voor die tijd is overeengekomen. Hoe dit precies vormgegeven gaat worden, is nog niet bekend.