Kennisbank

Geen re-integratie = geen loon?

Betekent het niet meewerken aan re-integratie automatisch dat je geen recht hebt op loon? Daar is in een recente zaak veel om te doen geweest. 

Een van de directeuren van een groot bedrijf meldde zich begin maart 2020 ziek. Van re-integratie zag hij af en dus berichtte het bedrijf dat het loon stopgezet zou worden vanaf 6 oktober 2020. Op 7 oktober werd door het bedrijf een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV om te checken of de eiser, dus de directeur, wel voldoende meewerkte aan de re-integratie. Het loon werd, in afwachting van het oordeel, bij voorschot betaald.

Het UWV beoordeelde de inspanningen van de eiser tot re-integratie als onvoldoende en het loon werd wederom stopgezet. Na dit oordeel werden de re-integratietaken weer opgepakt en daarmee ook de loondoorbetaling.

Op 12 januari 2021 meldde de eiser zich opnieuw ziek met de mededeling dat hij niet verder kon gaan met de re-integratie. Opnieuw verzocht het bedrijf om de re-integratiewerkzaamheden toch weer op te pakken, omdat anders weer een loonsanctie ingezet zou worden.

Daarna vroeg de eiser een deskundigenoordeel aan bij het UWV, waarvan de uitkomst was dat het UWV de eiser niet geschikt vond voor het uitvoeren van bedongen arbeid. Het bedrijf weigerde hierop echter de loonstaking terug te draaien.

Na een tijdje werd toch weer loon uitbetaald, na een advies van de bedrijfsarts om een tweede spoor op te starten, omdat re-integratie in het eerste spoort niet haalbaar zou zijn. Hierna vroeg het bedrijf twee deskundigenoordelen aan bij het UWV: eentje over de re-integratie-inspanningen van het bedrijf zelf en een over de inspanningen van de eiser. UWV concludeerde dat de inspanningen van het bedrijf onvoldoende zijn en die van de eiser wel voldoende.

Overwegingen

De eiser stelt dat de loonstop onrechtmatig was omdat hij zich steeds heeft ingezet voor zijn re-integratie. Daarom wil hij het misgelopen loon alsnog ontvangen. Ook geeft hij aan dat hij door deze loonstop onvoldoende in zijn levensonderhoud kan voorzien en dat een loonvordering spoedeisend is. Daarnaast stelt de eiser dat de arbeidsverhouding erg verstoord is. Het bedrijf denkt hier anders over.

Het bedrijf stelt dat zij op goede gronden de loondoorbetaling heeft gestaakt. Ook vindt zij dat de eiser nog steeds in dienst zou kunnen komen bij het bedrijf.

Uitspraak

De rechter merkt op dat het de eiser niet alleen lijkt te gaan om doorbetaling van het loon, maar ook om de moeizame relatie te doorbreken die hij met het bedrijf de afgelopen tijd had. Ook heeft hij nagelaten om te onderbouwen waarom de loonstop ervoor heeft gezorgd dat hij onvoldoende in zijn levensonderhoud kan voorzien.

De kantonrechter wijst de vorderingen van de eiser af en oordeelt dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.

Bron: ECLI:NL:RBROT:2021:8415