Dossier

Arbeidsongeschiktheid

Arbeidsongeschiktheid houdt in dat een werknemer de (vroegere) werkzaamheden niet meer kan verrichten, als gevolg van een ziekte of handicap. Arbeidsongeschiktheid heeft veel ingrijpende gevolgen voor werknemer en werkgever. 

Wat is arbeidsongeschiktheid?

We spreken van arbeidsongeschiktheid op het moment dat een werknemer, door ziekte of een ongeval, zijn werkzaamheden niet meer kan verrichten. Na een ziekteperiode van twee jaar beoordeelt het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid. Op basis van de arbeidsongeschiktheid wordt het loonverlies bepaald. Het loonverlies is het percentage loon dat de werknemer, als gevolg van de arbeidsongeschiktheid, minder kan verdienen. Wanneer de werknemer minstens 35% minder loon kan verdienen, ten opzichte van het oude loon, is hij/zij arbeidsongeschikt. 

Wat is de WIA?

De WIA staat voor Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

De WIA bestaat uit twee verschillende regelingen:

  1. De WGA, de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. Deze regeling is bedoeld voor mensen die na twee jaar arbeidsongeschiktheid voor een deel nog in staat zijn om te werken.
  2. De IVA, de regeling Inkomensvoorziening Volledig duurzaam Arbeidsongeschikten. Deze regeling is bedoeld voor mensen die volledig arbeidsongeschikt zijn en waarbij de kans op herstel erg klein is.

Na 104 weken arbeidsongeschiktheid kunt u in aanmerking komen voor de zogenaamde loongerelateerde WGA-uitkering als er sprake van de volgende voorwaarden:

  1. als u 65% of minder van uw laatstverdiende loon kunt verdienen:
  2. als u niet volledig arbeidsongeschikt bent met een zeer kleine kans op herstel (u komt dan namelijk in aanmerking voor een IVA-uitkering):
  3. als u voldoet aan de zogenaamde wekeneis. Dat wil zeggen dat u in 36 weken voor uw eerste ziektedag gedurende tenminste 26 weken gewerkt moet hebben.

Wanneer u niet voldoet aan de wekeneis komt u misschien wel in aanmerking voor een WGA-loonaanvullingsuitkering of een WGA-vervolguitkering.

Uitleg over de wekeneis voor de WGA

Om in aanmerking te komen voor een loongerelateerde WGA-uitkering, moet u voldoen aan de wekeneis. U moet in de 36 weken voor uw eerste ziektedag gedurende minimaal 26 weken hebben gewerkt. Daarbij kijkt het UWV naar de volgende aspecten:

  1. Voor de wekeneis tellen alle weken, waarin u minimaal één uur heeft gewerkt, mee. Dat geldt ook voor betaalde vakanties en bijzonder verlof;
  2. Als u niet gewerkt heeft omdat u ziek of arbeidsongeschikt was of omdat u onbetaald verlof genoot dan worden deze weken (met een maximum van 78 weken) opgeteld bij de periode van 36 weken;
  3. Voor filmmedewerkers, musici en artiesten geldt een verlaagde wekeneis. Zij moeten in de 39 weken vooraf aan hun ziekte 16 weken hebben gewerkt.

Als u voor uw eerste ziektedag recht had op WW-uitkering heeft u na 104 weken altijd recht op een loongerelateerde uitkering. Om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering geldt namelijk dezelfde wekeneis

Wanneer de WIA-uitkering aanvragen?

Als u bijna 104 weken ziek bent, kunt u een WIA-uitkering aanvragen. Het is belangrijk om uw WIA-uitkering op tijd aan te vragen. In principe moet u uiterlijk in de 93e week van uw arbeidsongeschiktheid de uitkering aanvragen. Als de aanvraag later bij het UWV binnenkomt zal de WIA-uitkering later ingaan.

Als het UWV aan de hand van uw aanvraag tot de conclusie komt dat u en uw werkgever voldoende aan re-integratie hebben gedaan, ontvangt u een uitnodiging voor een gesprek en/of onderzoek met de verzekeringsarts van het UWV.

Hoe werkt de WIA-procedure?

Als verzekerde werknemer legt u bij verzekeraar UWV een claim neer. Het heet dan ook een claimbeoordeling. De totale WIA-keuring bestaat in uit 3 onderdelen:

  1. Een gesprek/onderzoek met de verzekeringsarts
  2. Een onderzoek door de arbeidsdeskundige
  3. Het vaststellen van de mate van uw arbeidsongeschiktheid

Het gesprek en onderzoek met de verzekeringsarts van het UWV

U krijgt naar aanleiding van uw WIA-aanvraag een oproep voor een gesprek en/of onderzoek door een verzekeringsarts van het UWV. Deze arts onderzoekt welke beperkingen u heeft door uw ziekte of handicap. Hij onderzoekt wat u nog wel kunt en wat u niet meer kunt.

Deze arts stelt uw ‘belastbaarheid’ voor werk vast. De arts:

  1. voert een gesprek met u;
  2. kan een medisch onderzoek verrichten;
  3. kan medische informatie opvragen bij uw specialisten;
  4. kan een tweede verzekeringsarts inschakelen als er sprake is van een ziekte, die moeilijk te beoordelen is.

Op basis onze ervaringen een 6 adviezen ter voorbereiding op het gesprek met de verzekeringsarts:

1. U mag de arts natuurlijk ook zelf vragen of hij informatie op wil vragen bij uw specialisten. Hij is dat echter niet verplicht. Dat is de verzekeringsarts wel verplicht als zijn opinie duidelijk anders dan die van de bedrijfsarts en/of de behandelend artsen. Neem in elk geval een lijst namen en adresgegevens van uw behandelend artsen mee naar het onderzoek.

2. Om informatie op te mogen vragen bij uw specialisten of artsen, heeft de verzekeringsarts van UWV een machtiging van u nodig, zodat uw specialisten weten dat u toestemming geeft de informatie te verstrekken.

3. Maak van tevoren aantekeningen van wat u zelf kwijt wilt aan de arts. Het gesprek is zo voorbij en het is jammer als u zich niet volledig gehoord voelt. Zet op een rijtje tegen welke problemen u in het dagelijks leven aanloopt door uw ziekte. Welke dingen kunt u wel en niet doen? Geef voorbeelden. Zet op een rijtje hoe uw doorsnee dag eruit ziet. Maar beschrijf ook een goede dag en een slechte dag en geef aan hoe vaak die voorkomen.

4. Wanneer u zelf recente medische informatie heeft kunt u een kopie daarvan aan de verzekeringsarts geven.

5. Neem een uitdraai van de apotheek mee waarop al uw medicatie is vermeld. U geeft deze lijst af aan de verzekeringsarts.

6. U mag iemand ter ondersteuning meenemen naar het gesprek met de verzekeringsarts. Deze persoon kan een goede rol spelen in het uitleggen wat de beperkingen voor u betekenen in het dagelijks leven.

De verzekeringsarts vult aan de hand van medische informatie en zijn eigen onderzoek uw beperkingen in op de zogenaamde ‘functionele mogelijkheden lijst’ (FML). Concreet komt het op neer dat hij de FML van de bedrijfsarts controleert. Deze lijst heeft de bedrijfsarts gebruikt als basis voor het arbeidsdeskundig onderzoek en voor het opstellen van het actueel oordeel. Op de lijst worden zes categorieën genoemd, waarop u beperkt kunt zijn:

  1. persoonlijk functioneren ( zoals concentratie, flexibiliteit, werktempo)
  2. sociaal functioneren (zoals omgang met collega’s)
  3. aanpassing aan omgevingseisen
  4. dynamische handelingen (bewegen)
  5. statische houdingen ( zoals zitten en staan)
  6. werktijden ( zoals werken in de nacht, aantal uren per dag)

Wat zijn de verantwoordelijkheden van een werkgever bij arbeidsongeschiktheid?

Wanneer een werknemer langer dan 104 weken ziek is en er geen resultaat is behaald met het re-integratieproces, kan een werkgever een ontslagaanvraag indienen bij het UWV. Bij de ontslagaanvraag moet de langdurige arbeidsongeschiktheid worden onderbouwd.

Een ontslagaanvraag kan worden ingediend als:

  • De werknemer als gevolg van een ziekte of handicap zijn werk niet meer kan doen.
  • De werknemer niet binnen 26 weken kan herstellen om zijn werk weer te doen.
  • De werknemer niet binnen 26 weken zijn werk kan uitvoeren in aangepaste vorm.
  • De werknemer niet binnen 26 weken kan worden herplaatst in een andere functie binnen het huidige bedrijf. Ook niet met behulp van scholing.
  • De wettelijke termijn van loondoorbetaling voorbij is (meestal 104 weken).

    De werkgever kan via het UWV een ontslagaanvraag indienen. Hierbij dient een actuele verklaring van de bedrijfsarts te worden bijgevoegd. 

    Succesvol verstuurd

    We nemen zo snel mogelijk contact met je op.

    Heeft u een vraag over arbeidsongeschiktheid?

    Bel ons op 085 27 33 409 of laat u terugbellen