Cees Willem, onze registerarbeidsdeskundige, ziet 3 voordelen en licht deze graag voor u uit.
De afgelopen jaren durft een bedrijfsarts de werknemer nauwelijks meer in bescherming te nemen. Dat kan hij doen door bijvoorbeeld aan te geven dat tijdelijk geen benutbare mogelijkheden (GBM) zijn. Het UWV beoordeelt deze adviezen achteraf vaak als re-integratieblokkerende adviezen en neemt dat in retroperspectief de bedrijfsarts en dus de werkgever kwalijk. Er is mogelijk kostbare re-integratietijd verloren gegaan. Werkgever krijgt een loonsanctie. Ik kom vrijwel geen bedrijfsarts meer tegen die het aangeeft dat het tijdelijk beter is als werknemer vrijwel niet belast wordt. Ook niet als er sprake is van ernstige ziektebeelden. Het advies is dan vaak: werknemer is voor 10 of 20 uur per belastbaar voor passend werk. Voor zowel werkgever als de zieke werknemer is dit advies vaak onbegrijpelijk. De bedrijfsarts heeft echter te vaak een conflict met zijn betweterige UWV-collega die de toetsing van het handelen van de bedrijfsarts na 104 weken controleert. Deze situatie verbetert per september 2021 aanzienlijk en de werknemer zal, naar ik verwacht, ontspannener en adequater begeleid worden door de bedrijfsarts.
Bovenstaande heeft onmiskenbaar gevolgen voor het werkplezier van de bedrijfsarts. Hij kan meer vanuit zijn kracht opereren. Zonder dat de verzekeringsarts van het UWV over zijn schouder meekijkt. Dat levert werkplezier en een betere kwaliteit van dienstverlening op. Dat gun ik de bedrijfsartsen ook. Het is de afgelopen jaren niet eenvoudig voor ze geweest. Ik hoop dat weer meer artsen zich gaan specialiseren in het vak van bedrijfsarts. Het is mooi werk.
Automatisch betekent dat alle loonsancties die nu door het UWV aan werkgevers opgelegd worden vanwege ‘onvoldoende’ kwalitatieve begeleiding van de bedrijfsarts komen te vervallen. De UWV-arts kijkt bij de controle na 104 weken (RIV-toets) niet meer mee. De afgelopen jaren was het aandeel van de loonsancties vanwege bovenstaande reden ongeveer 15%.
Topics: